Auteur:
Helga Ruebsamen
Ik heb het boek "Het lied en de
waarheid" gelezen van Helga Ruebsamen. Mede doordat ik Helga Ruebsamen op
tv zag in het programma Zomergasten van Adriaan van Dis, waar mevr. Ruebsamen
vertelde over haar leven en haar boeken. Dus toen ik naar de bibliotheek ging
om een boek te halen, waren er geen boeken meer uit de lijst, en nam ik dus het
hierboven genoemde boek mee naar huis. Mijn verwachting was dat ik een boek
las wat meer spanning inzat en waar niet als te moeilijk taalgebruik werd
gebruikt. De spanning heb ik nergens gezien, aangrijpend vond ik het ook niet,
maar het taalgebruik was niet als te moeilijk. Doordat er ook geen tempo in het
verhaal zat, las het niet lekker weg. Mijn eerste reactie was dan ook wat een
rotboek. Wat nou de zin van het verhaal was weet ik nog niet, misschien dat ze
zo'n raar leven leidde. Al met al viel mij dit boek zwaar tegen, en mevr.
Ruebsamen dus ook met haar rare verhaal.
Het boek is vanuit de
belevingswereld van een zeer fantasievol kind geschreven, hierdoor zijn sommige
gebeurtenissen een beetje moeilijk om nauwkeurig te beschrijven. Het verhaal
begint in de tropen, op Java. Louise Benda groeit hier op en leeft als het ware
in een sprookjeswereld, problemen zijn er nooit. Louise voelt een grote
verwantschap met de natuur en is eigenlijk een beetje naïef, of het komt gewoon
omdat ze nog klein is, omdat ze alle verhalen die men haar verteld gelooft en
letterlijk interpreteert. Ze woont met haar vader, moeder en tante Margot in
een groot landhuis. Haar vader is dokter en is bijna nooit thuis, hij is altijd
aan het werk in de kliniek, waar haar tante ook vaak werkt. De familie komt
oorspronkelijk uit Nederland en dit zorgt soms voor problemen. Maar eigenlijk
is het gedeelte van het boek dat zich op Java afspeelt de "goede"
tijd, in het gedeelte wat erna komt zijn er heel veel problemen.
Louise leeft in een geheimzinnige
wereld, waarin werkelijkheid en fantasie moeilijk van elkaar te scheiden zijn,
als zij er met volwassenen over praat leid dit vaak tot grappige situaties.
Want meestal gaat het over hele onschuldige zaken. Louise kan 's avonds nooit
slapen en maakt vaak nachtwandelingen. Als ze in haar onschuld een keer verteld
over de raadselachtige taferelen die ze meemaakt, ontstaat er een opschudding
die haar verbijstert. In 1939 verlaat het gezin de idyllische plek in de tropen
en vertrekt naar Europa, vanwege de onheilspellende berichten van de familie
met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. Er reist een dertienjarig pleegkind
mee, het half Balinese meisje Tinka. Dit wordt een soort zuster voor Louise ze
begrijpen elkaar helemaal. De omschakeling van de tropen naar Nederland gaat
heel moeizaam en Louise en Tinka komen deze omschakeling nooit helemaal te
boven. Ze kunnen er maar niet aan wennen. Ze kennen nog maar een verlangen:
terug naar huis. Samen proberen ze zich te weren tegen de vreemde
omstandigheden. Dit doen ze bijvoorbeeld met behulp van goden die ze
"kennen" uit de tropen, alle gebeurtenissen en problemen proberen ze
te verklaren aan de hand van deze goden. Tinka liep weg, de zee in, ik weet
eigenlijk niet of ze zelfmoord wou plegen of niet. Als de oorlog uitbreekt
duikt Louise met haar vader onder bij Aleida, in het waterland. Ook hier
beleeft Louise weer heel wat vreemde dingen, een onderscheid tussen werkelijkheid
en fantasie is moeilijk te maken. Ze vertelt echter nooit meer over de dingen
die ze ziet en beleeft. Om de dingen die ze niet graag wil doen en problemen te
vergemakkelijken verzint ze een tweede persoon voor zichzelf die altijd alles
wil en goed luistert en aardig is. Pas na de oorlog is ze weer helemaal
zichzelf. Na de bevrijding komt alles weer goed. De laatste zin van het boek
is: "Achterom kijken deed ik niet meer, ik keek vooruit. Mijn terugtocht
begon.".
Het hele boek gaat dus
over een reis en aan het einde komt alles weer goed omdat ze weer naar huis
gaat.
Het vertelperspectief was
de ik-verteller, je zag alles uit de ogen van de hoofdpersoonwaar alles weer
goed komt. Dit was dus zeer realistisch, en dus vond ik het niet zo leuk want
een alwetende verteller vind ik leuker. De titelverklaring is van “Het lied en
de waarheid”, dat Louise veel liederen zingt die eigenlijk over niks gaan
(fantasie), en dat daarna de waarheid komt.
Eindoordeel en evaluatie
De gebeurtenissen kwamen
deels echt, deels niet echt op mij over wat er was veel fantasie in het boek.
Voor mij was het een onwaarschijnlijke indruk, mede door de vele
fantasie-stukken.
Zelf heb ik iets
dergelijks niet meegemaakt, ik ken ook niemand die zoiets heeft meegemaakt dus kan ik er niet goed over oordelen of het
realistisch is of niet. Ik heb het niet als schokkend ervaren, het boek heeft
mij niet aan het denken gezet.
De personen waren van
“vlees en bloed”, en waren niet echte types. Ik vond alle personen
onsympathiek, omdat ze geen van allen mij aanspraken. Ik kon mij niet goed
inleven in de hoofdpersoon, ze sprak mij totaal niet aan. Ik herken wel het
verlangen naar iets, maar voor de rest herkende ik bepaalde gedachten
niet. Ik zou niet naar Bali, gegaan
zijn, veels te ver weg.
De opbouw van het boek,
was niet zo goed, ik vond het te lang duren voordat er echt wat gebeurde.
Lastige gedeelten waren er niet veel, soms maar een paar zinnen. Het verhaal
werd chronologisch verteld. Het verhaal was totaal niet spannend, dit zat in de
aard van de gebeurtenissen en in de opbouw van het verhaal. Er zaten wel saaie
stukken in maar heb ze niet overgeslagen. Ikzelf hou van verhalen met de
onzichtbare verteller, dan weet je meer. Ik hou niet van verhalen met een open
eind, want dan weet ik de afloop niet.
Het taalgebruik, de
zinnen waren niet te lang maar ook niet te kort. Mooie zinnen kwam ik niet echt
vaak tegen. Het taalgebruik was beeldig genoeg, er waren ook genoeg dialogen en
beschrijvingen, een voorkeur tussen de laatste twee heb ik niet.