Auteur: Willem Frederik
Hermans
Titel: Conserve
Verschenen in: 1947
Aantal blz: 239
Leestijd: 3,5 uur
Uitgelezen op: 22 september
2001
Eerste
20 bladzijden
Ferdinand
Goméz werd geboren als zoon van een bananenplanter. Zijn vader was al vroeg
overleden bij een scheepsramp. Toen hij vijf jaar oud was, kwam er een pastoor,
die hem mee wilden nemen om hem alles te leren over de Heer, zodat Ferdinand
later zijn landgenoten zou kunnen bekeren tot het Christendom.
Rond
1823 was polygamie nog toegestaan. In die tijd werd de Kerk van de Mormonen
opgericht door Joseph Smith jr. Na diens overlijden splitste het mormonisme
zich op. Een deel van de aanhangers bleef zijn zoon Joseph III trouw, maar een
deel volgde Brigham Young. Laatstgenoemde zou de machtigste groep worden. Zij
trokken de woestijn in en richtten het huidige Salt Lake City op. Onitah werd
geboren als tweede dochter van de derde vrouw van Raphael Arbuthnot. Zij werd
geboren tegen het eind van de vorige eeuw toen polygamie officieel afgeschaft
werd. Onitah en haar zus, Isabel, speelden altijd met het zoontje van een van
de andere vrouwen van Raphael, zijn naam was Jerobeam. Zij en Jerobeam werden
goede vrienden.
Het
is een nogal vreemd verhaal. Het gaat over van alles en nog wat. Bovendien
lopen de gebeurtenissen niet in elkaar over. Het zijn allemaal onsamenhangende
stukken tekst. Het geloof speelt een ontzettend grote rol in dit eerste stuk,
zo blijkt uit de volgende citaten.
Bijv: Was het verder niet
duidelijk dat God deze jongeling bestemd had om de heidenen hier het ware
Geloof te verkondigen…(blz. 9)
Ook
het onderwijs in het Geloof was niet zonder vrucht gebleven. (blz. 13)
Wat
bovendien opvalt in deze citaten, is het feit dat Hermans geloof met een
hoofdletter heeft geschreven. Hiermee wil hij aangeven dat er in deze wereld
volgens de pastoor maar een geloof de waarheid verkondigt. Ook staan er
ontzettend veel citaten uit de bijbel in.
Bijv:
'de zonen van Dan' Gen. 49:17 (blz. 18-19)
Want
het zesde gebod luidt: Gij zult niet doodslaan. (blz. 19)
Ik
denk dat in de rest van het boek verder geborduurd wordt op het geloof en alle
gevolgen van dien. Misschien gaat men het geloof gebruiken als reden voor
verschijnselen. Ook zullen Ferdinand, Jerobeam en Onitah elkaar vermoedelijk
leren kennen en al die onsamenhangende stukken tekst zullen dan waarschijnlijk
vloeiend in een verhaallijn overlopen. Misschien worden Ferdinand en Onitah wel
verliefd op elkaar. Wel zullen er wat onverwachte wendingen in het boek zitten.
Aangezien het boek van Hermans is, zal de thematiek ook wel over dood, angst en
vooral de onkenbaarheid van de werkelijkheid gaan. Hermans gaat nogal diep in
op details en probeert deze zo veel mogelijk te visualiseren. Ik denk dat het
boek nogal absurd zal eindigen, omdat dit ook een van de kenmerken van Hermans
is. Verder zou ik niet weten wat ik van het boek moet verwachten. Er staat
gewoon nog te weinig in de eerste 20 bladzijden om een duidelijk beeld te krijgen
over het vervolg.
De rest van het boek
Op een dag leren Ferdinand
en Jerobeam elkaar kennen en Jerobeam vraagt hem om hulp, want zijn halfzus
Onitah is verliefd op hem, maar hij niet op haar en bovendien is het uit den
boze om haar liefde te beantwoorden. Wat het voor Jerobeam nog moeilijker
maakt, is het feit, dat zijn andere halfzus Isabel ook verliefd op hem is, maar
dat hij voor haar wel iets voelt, hetgeen hij natuurlijk niet aan Ferdinand
vertelt. Ferdinand belooft te helpen, nadat Jerobeam - een beroemde antropoloog
- hem ervan kan overtuigen, dat Onitah gek is. Volgens Jerobeam bestaat dit gek
zijn niet alleen uit het feit, dat zij verliefd op hem is. Maar ook daaruit dat
zij een aanhanger van het Egyptische geloof is. Zij gaat hier zover in mee, dat
ze gebalsemd wil worden na haar dood. Ook Ferdinand gelooft, dat Onitah dit
geloof alleen nastreeft, omdat broers en zussen in het oude Egypte met elkaar
mochten trouwen.
Ferdinand neemt Onitah,
ondanks de bezwaren van Naomi - haar moeder - mee naar Memphis. Als Jerobeam
hem bezoekt, komt een bekende van Ferdinand en Jerobeam, de heer Page langs om
Ferdinand te waarschuwen voor Jerobeam. Jerobeam is namelijk een relatie
begonnen met Isabel. Page vindt dat Ferdinand hem moet laten opsluiten in een
gekkenhuis, wat ook gebeurt. Isabel die van dit alles niets wist, omdat zijn in
Salt Lake City was gebleven, gaat op zoek naar Jerobeam. Als ze bij Ferdinand
komt om te vragen wat er gebeurd is vind zij Onitah's lichaam gebalsemd in
Ferdinand's huis. Ferdinand wordt naar hetzelfde gekkenhuis gebracht als
Jerobeam. Ze zijn ondanks alles nog steeds vrienden.
Vertelwijze:
Het verhaal wordt vanuit de
alwetende vertelsituatie geschreven. Hierdoor mis je niks en is het verhaal
makkelijk te volgen. De verteller citeert de gesprekken van de hoofdpersonen,
waardoor het lijkt of je naast de pratende mensen staat. De verteller gaat heel
erg in op de details van de omgeving.
Bijv: De vloer was van marmer, waarover geen loper lag. In afval,
strootjes en stof was een pad ingelopen. (blz. 182)
Ze kwam een groot aantal deuren voorbij, alle gesloten en naar zij dacht op slot en de deuren die op een kier stonden gaven de indruk dat er een stoel of een nog zwaarder
meubelstuk achter stond, dat kraken verschuiven zou, als iemand
probeerde naar binnen te gaan. (blz. 182)
Wat ook opvalt, is dat de
verteller een beetje eromheen praat. Hij zegt bijvoorbeeld niet dat iemand
lacht, maar dat hij zijn tanden toont. Dit doet hij ook, omdat hij veel oog
voor het detail heeft.
Bijv: …dat Diego in een slimme grijnslach zijn
witte tanden toonde. (blz. 13)
Hij keek op, vertrok zijn
mond tot een lach, toonde zijn gebit dat geel en smerig was; zelfs zijn gouden hoektand leek geroest. (blz.187)
Er
wordt steeds nadrukkelijk vermeld hoeveel tijd er tussen en tijdens de
gebeurtenissen is verstreken. Dit blijkt wel uit onderstaande stukjes tekst.
Bijv: Jerobeam en Isabel
zwegen vijf minuten. (blz. 76)
Zij kreeg de indruk dat zij
minutenlang liep. (blz. 182)
Wat steeds weer terugkomt in
het boek, is de waan voor een geloof. Het geloof wordt gebruikt om dingen goed
te praten of juist om ze te verbieden.
Bijv: In verband met haar liefde voor Jerobeam vond zij het
misschien ook belangrijk dat in Egypte de Farao met zijn eigen zusters kon
trouwen. (blz. 91)
In het verhaal is het moreel, in dit geval het
geloof, heel belangrijk. Het hele verhaal is afhankelijk van het geloof. Dit
verbiedt namelijk de liefde tussen broer en zus. De verteller heeft bepaalde
opvattingen over de verschillende geloven. Hij probeert met het geloof dingen
goed te praten en andere te verbieden. De verteller blijft daarom ook niet bij
een religie, maar zoekt van alles bij elkaar. Hij probeert min of meer
argumenten voor en tegen deze liefde te vinden. Hij probeert de lezer dus niet
te overtuigen, maar geeft gewoon argumenten en laat het vormen van een mening
over aan de lezer.
Ik vond het onderwerp van het boek nogal vreemd. Het
komt vast wel voor, dat broer en zus verliefd op elkaar worden. Maar zou men zo
ver gaan om te zorgen, dat het niet naar buiten komt. In het boek wordt
eigenlijk de onschuldige persoon gek verklaard. Het is te absurd voor woorden.
Het wordt wel duidelijk dat je niet zo een lijn kunt trekken tussen gek en
gezond.
De gebeurtenissen waren min of meer de gevolgen van
de gevoelens en gedachten van de personen. Ze zijn dus onlosmakelijk met elkaar
verbonden en je kunt dus niet zeggen dat het een belangrijker is dan het ander.
De gebeurtenissen waren nogal voorspelbaar. Je kon na ongeveer 60 bladzijden
wel voorspellen wat er zou gaan gebeuren. De afloop van het verhaal was van de
ene kant onbevredigend, omdat het zo plots ophield. Maar van de andere kant was
dat ook weer leuk want je kon er zelf een einde bij bedenken.
Ik vond dat de personen heel erg aandachtig
beschreven werden. Ook hun bewegingen werden heel uitvoerig beschreven.
Het taalgebruik was geen probleem. Het was wel te
merken, dat de schrijver heel erg op de woordkeuze heeft gelet. Bovendien gebruikt
hij ontzettend veel stijlfiguren.
Bijv: Zijn huid leek nu een verkleinde
lappendeken of een jig-saw puzzle. (blz. 187)
Bijv: Onitah, Onitah, blij toch bij mij, snikte ze terwijl zij
haar armen om haar heen sloeg. Beloof je dat je bij mij blijven zult? Als je
weg bent heb ik niemand meer. Weet jij waarheen ze je zullen brengen? Neen
toch! Het is veel beter bij je oude moeder te blijven, mijn kind! […] Jij bent
altijd mijn liefst dochter geweest, Isabel. Van jou heb ik boven alles
gehouden. Ben je dat vergeten? Toen jij het huis uitging, heb ik dat zonder
klagen goedgevonden, omdat ik je geen verdriet wilde doen. Ik heb je zoveel van
je vrijheid laten genieten als je maar wilde. Maar wat heb jij gedaan? Tot dank
heb je Onitah tegen mij opgestookt! (blz. 100 - 101)
Hieruit blijkt wel hoe zwak haar karakter is. Zij is heel erg
afhankelijk en ze zag Onitah alleen als opvulling, als Isabel er niet was.
Naomi is voor het verhaal een soort van eenzaamheid. Ze probeerde haar dochters
bij haar te houden, maar al waren ze in huis, echt gezelschap waren ze niet.
Zij is ook diegene die ervoor zorgt dat een aantal misverstanden ontstaan. De
ene keer zegt ze 'ja' en dan in ene vindt ze iets toch weer niet goed.
Bijv: De wenkbrauwen van
de demi-mondaine gingen rechtopstaan en leken op vraagtekens. (blz. 5)
Er is erg veel origineel en
naar mijn idee geperfectioneerd taalgebruik. De woorden die Hermans gebruikt
zijn opmerkelijk en uitzonderlijk.
Bijv:
Zo nu en dan keek Jerobeam naar haar profiel. (blz. 61)
Sommige stukken zijn heel
emotioneel en zakelijk tegelijk. Hermans probeert dan een emotionele gebeurtenis
minder emotioneel te laten lijken, doordat hij in eens heel zakelijk schrijft.
Je kunt het eigenlijk beter sarcastisch noemen.
Bijv: Toen Onitah geen antwoord gaf, wendde Naomi zich tot
Isabel, keek haar aan, zei niet, maakte een voetval met krakende knieën. Zij
wilde haar hoofd verbergen in Isabels rok, maar daar kwam niet veel van
terecht, doordat Isabel zo weinig rok had. (blz. 101)
Hermans, W.F., Conserve,
Amsterdam 1947
Daarbij heb ik geraadpleegd:
Coenen, L., Kox, T., Noot, B.,
Literatuur zonder grenzen, 1e druk, 3e oplage, 1999